Over reizen en de toerist uithangen

Gebedsmolens Kathmandu Nepal

Ik vind het geweldig om andere mensen te horen vertellen over hun vakanties. Dus als ik iemand tegenkom die in Cuba is geweest, bijvoorbeeld, zit ik vol vragen. Wat heb je gedaan? Hoe waren de mensen? Wat is het interessantste wat je daar hebt meegemaakt?

Ik denk aan oude Amerikaanse auto’s. Ik denk aan sigaren. Ik denk aan Che Guevara – hoewel die oorspronkelijk uit Argentinië kwam. Ik denk aan Buena Vista Social Club.

Hoe teleurstellend is het dan, als de persoon vertelt over zijn vijfsterrenresort, en dat hij dat nooit verlaten heeft. O ja, het weer was prachtig. En er was een zwembad direct naast het hotel. En het eten was lekker, en véél, de cocktails goedkoop.

Maar waarom, waarom, ga je op vakantie naar de andere kant van de wereld, om alleen maar in een resort te verblijven. Een resort dat zijn gelijken heeft in Spanje, Griekenland en Turkije, plaatsen waar je gemakkelijker – en vooral goedkoper – kunt komen.

Ik begrijp waarom mensen zich aangetrokken voelen tot een all-inclusive resort. Het zou mijn stijl niet zijn, maar ik begrijp dat het ontspannend is: de garantie op goed weer, het eten wordt voor je klaargemaakt, en jij hoeft alleen maar ergens aan het einde van de ochtend je bed uit te rollen, twee keer te struikelen naar het strand of het zwembad, daar te blijven tot het avondeten, en na het eten lekkere cocktails drinken. Of biertjes. Of wijntjes. Maar waarom Cuba?

 

Er zijn veel verschillen tussen mensen die op reis gaan. Volgens de meeste mensen met wie ik het hier ooit over gehad heb, bestaan er drie soorten mensen – los van de mensen die nooit op vakantie gaan en het hele jaar rond thuisblijven):

  1. Vakantiegangers, die in hun hotels en resorts blijven, van alle luxe genieten, en geen benul (en interesse) hebben in het land waarin ze zich verbinden. Dit zouden de mensen aan de Costa Blanca zijn, die Oostenrijk zouden aanwijzen als je ze een kaart onder hun neus zou duwen en zou vragen waar ze zich bevinden.
  2. Toeristen, die hun reizen maanden van tevoren boeken en zich helemaal inlezen in het land waar ze naartoe gaan. Zij beschouwen een vakantie als mislukt als ze niet iedere bezienswaardigheid in de buurt van hun bestemming hebben gezien.
  3. Reizigers, die van het gebaande pad gaan, zich volledig onderdompelen in de cultuur van het land waarin ze zich bevinden en willen gaan waar de locals gaan.

Iedere persoon die ik heb gesproken, rekende zich tot de derde categorie. Zij zien de andere twee categorieën – nou ja, misschien net niet als een inferieure soort, maar in ieder geval wel als mensen die niet volledig begrijpen hoe je de wereld en haar culturen moet benaderen. Als je googlet op “toerist vs traveller”, vind je artikel na artikel na artikel over de superioriteit van de reizigers. En zelfs de artikelen die zeggen dat je beter af bent als toerist, maken de toerist – met zijn onwetende, cultureel insensitieve kijk op de wereld – belachelijk.

En ja – ik realiseer me dat ik precies hetzelfde doe hier, door mijn mening neer te zetten over mensen die hun vakanties doorbrengen in vijfsterrenresorts. Ook al weet ik dat het voor veel mensen de effectiefste manier is om te ontspannen na maanden en maanden werken, sociale verplichtingen en andere dagelijkse beslommeringen.

Apartheid museum, Johannesburg, 2014

Ik ben een toerist. Misschien niet zo onwetend en insensitief als sommige anderen – althans, dat hoop ik – maar ik heb simpelweg niet de tijd om me volledig onder te dompelen in een cultuur, om dagen te zoeken naar de beste lokale pub in een willekeurige stad en om een weg te vinden die niemand ooit betreden heeft. Natuurlijk, ik zou het liefst alle populaire attracties voor mezelf hebben, en ik verlang terug naar de tijd dat Machu Picchu nog verborgen lag in de bergen en dat het een grote prestatie was om het basiskamp van de Mount Everest te bereiken. Maar zelfs als dat niet het geval meer is – verre van dat – weerhoudt niemand me om alle belangrijke bezienswaardigheden in Kathmandu te bezoeken, alleen omdat het kan en omdat ik er maar één dag ben.

Wanneer je meer tijd hebt te besteden op een bepaalde plek, zal je tempo vanzelf lager komen te liggen en kun je de tijd nemen om alles te bekijken wat je wilt zien. Misschien dat je dan per ongeluk nog wel eens van de gebaande wegen raakt.

 

Uiteindelijk doet het toerist-vs-reizigerdebat mij denken aan de column die een lerares van mijn middelbare school eens schreef voor de schoolkrant. Ze deed dit in antwoord op een artikel over mode. Dat artikel was heel specifiek over wat je “moest dragen” en wat “echt niet meer kon” en dat werkte op de zenuwen van deze docent. Ze schreef (geparafraseerd): “Doe gewoon waar je je lekker bij voelt. Als jij graag een wijde spijkerbroek wil dragen, terwijl iedereen skinny draagt – wie houdt je tegen?”

En zo is het ook met reizen – in de breedste zin van het woord. Doe waar jij je prettig bij voelt. Wat voor jou comfortabel is. Ontspannend. Ontwikkel je eigen stijl. Het is nog altijd jouw leven, jouw geluk.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *