Before they pass away – de verhalen achter de foto’s

Iedereen die mij een beetje kent, weet dat ik van reizen houd. En van lezen. En dat ik dus helemaal gelukkig word van boeken over reizen. Liefst over reizen naar verre, extreme, onherbergzame gebieden.

Mijn (inmiddels oud-)collega’s kenden mij goed genoeg. Bij mijn afscheid gaven ze mij het boek Before they pass away – de verhalen achter de foto’s van Hannelore Vandenbussche. Al op het eerste gezicht was ik weg van het boek. Een mooie, gebonden editie, met twee leeslinten in de kleuren van de omslag, een voorwoord door Floortje Dessing, een wereldkaartje in de kaft met alle plaatsen die bezocht zijn, en per locatie een overzichtspagina met een kaart en de reisdetails. En dan de locaties: Namibië, Mongolië, Siberië… plekken die heel hoog op mijn verlanglijstje staan. Ik kon niet wachten tot ik thuis was en in alle rust het boek kon verslinden. Tegelijkertijd wilde ik er zuinig op zijn, er zo lang mogelijk van genieten – een gevoel dat ik altijd heb bij een mooi boek. Ruim een week lang heb ik dus steeds stukjes van het boek gelezen.

 

Vandenbussche doet in haar boek verslag van een fotografieproject waarvoor ze de hele wereld is rondgereisd: Before they pass away van Jimmy Nelson. Met een oude Cambo-camera fotografeert hij inheemse stammen te fotograferen op vaak de meest afgelegen plekken. Stammen die met uitsterven worden bedreigd, bijvoorbeeld door de enorme aantrekkingskracht van de westerse cultuur, vooral op jonge mensen, maar ook omdat hun leefgebied dreigt te verdwijnen.

De Maori in Nieuw-Zeeland, de Maasai in Tanzania, de Nenets in Siberië. En zo nog een aantal meer.

Nelson kreeg de nodige kritiek op dit project. Sommige stammen zijn helemaal niet zo afgelegen – denk aan die Maori – iets dat Vandenbussche zelf in haar boek ook aangeeft. Bovendien is er het commentaar dat Nelson de stammen niet altijd in hun waarde laat en soms onjuiste details geeft: dat sommige volken zouden doen aan kannibalisme bijvoorbeeld. En critici vinden “pass away” wel erg eufemistisch geformuleerd: zij stellen dat de traditionele culturen verdwijnen op gewelddadige wijze, door landjepik, onderdrukking, discriminatie en soms zelfs moord. Ik heb het boek van Nelson zelf niet gelezen, dus ik kan er geen oordeel over geven. Nelson zegt zelf dat het belangrijkste doel van zijn project niet zozeer was om een waarheidsgetrouwe reportage te maken, maar om de mensen in beeld te brengen op een esthetische, romantische, iconografische manier.

 

 

Hannelore Vandenbussche schrijft over de lange en moeizame reizen naar deze stammen toe, over de eerste kennismaking, over de bijzondere interacties met de mensen die ze tegenkomen. De foto’s die Jimmy voor het project heeft gemaakt, zijn niet te zien. Wel staat het boek vol met plaatjes “achter de schermen”: foto’s die zij en haar collega’s van de reis, de omgeving en de mensen hebben gemaakt. En ook de illustraties in het boek – niet van haar eigen hand overigens – zijn de moeite waard.

Het is de merken dat Vandenbussche zelf fotografe is: haar omschrijvingen zijn beeldend en ze besteedt veel ruimte aan het beschrijven van de uiterlijke kenmerken van de stamleden. Helaas zijn de foto’s in het boek ontoereikend om hier echt een beeld bij te vormen. Daarvoor heb je toch echt het boek van Nelson, het eindproduct van dit project, voor nodig.

 

Feitelijk is het boek van Vandenbussche dan ook een soort reclame. Je moet wel heel weinig interesse hebben in fotografie om bij het lezen niet het verlangen te krijgen om het eindresultaat van al die verre reizen te zien. Vandenbussche schrijft uitvoerig over de uitzonderlijke locaties die zij gezocht hebben, over het vroeg opstaan om hun foto’s bij zonsopkomst te kunnen maken, over de prachtige en soms onverwachte resultaten van hun harde werken. Het is frustrerend om dat resultaat vervolgens niet te kunnen zien.

Het boek Before they pass away van Jimmy Nelson staat dus nu op mijn verlanglijstje. Om rustig doorheen te bladeren, wellicht met het boek van Hannelore ernaast, en natuurlijk met een kop thee of warme chocolademelk binnen handbereik. Om te fantaseren over al die plekken ver weg. En om te bedenken of ik ook ooit het geduld ga hebben om met mijn camera aan de slag te gaan en het niveau “vakantiekiekje” te ontstijgen.

 

Wat krijg ik hierdoor weer zin om mijn biezen te pakken. Het zit er voorlopig niet in: mijn vakantiedagen zijn op en ik begin maandag aan een nieuwe baan. Maar dromen kan altijd. En zoals ik ooit droomde van het lopen van een marathon, het beklimmen van de Kilimanjaro of het maken van een trektocht door de Himalaya – misschien maak ik er ooit nog wel wat van waar.

Tot die tijd houd ik het wel bij die reisboeken. Dus voor degenen die van plan zijn op mijn verjaardag te komen en nog geen cadeau weten: in die hoek kun je het altijd zoeken.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *