Hometown Wanderer – Louis Couperus

De afgelopen maand heb ik een aantal keer dezelfde man diep in de ogen gekeken. Die man wist alleen niet dat ik dat deed. Wie die man was? Louis Couperus. Zijn standbeeld staat aan de Lange Voorhout, in het centrum van Den Haag, vlak bij het gebouw waar ik de afgelopen maand vier sollicitatiegesprekken had. Steevast was ik daar te vroeg en liep ik nog een extra rondje. Steevast eindigde dat rondje bij het standbeeld van deze schrijver.

Voordat ik in Den Haag kwam wonen, kende ik Couperus (1863-1923) alleen van de middelbare school. Ik ben eronderuit gekomen – we moesten één roman lezen van voor de Tweede Wereldoorlog en volgens mij was dat voor mij iets van Bordewijk – maar in een van de andere vwo-klassen was het verplichte kost: Eline Vere (1889). Ik las dat boek pas twee jaar geleden, toen ik tijdens de Boekenweek in een bui van literair bewustzijn vond dat ik toch in ieder geval de top-10 van de Nederlandse literatuur gelezen moest hebben. Ik bereidde me voor op taaie kost – wat oud en hoogstaand literair is, is per definitie ook moeilijk – dacht ik. Maar toen ik eenmaal gewend was aan het 19e-eeuwse taalgebruik, vond ik het verrassend goed te doen. Of dat kwam door alle herkenbare plaatsen in het boek, door Couperus’ inlevingsvermogen in de misère van een jonge vrouw of vanwege het feit dat ik veel van mezelf en mijn vrienden in de personages terugzag – het zal allemaal meegespeeld hebben. De horrorverhalen van mijn medescholieren herkende ik in ieder geval niet.

 

Louis Couperus’ erfenis is nog overal in Den Haag te zien. Er zijn straten naar hem vernoemd, er hangen plakkaten op de huizen waar hij heeft gewoond en er is menig standbeeld van hem te vinden. Er is een boekje te koop met een wandelroute langs alle punten die te maken hebben met zijn leven. En er is zelfs een klein museumpje te vinden aan de Javastraat. Afgelopen weekend bracht ik dat een bezoekje, samen met twee nieuwsgierige Duitse toeristen.

Het museum is echt mini, meer dan één grote kamer is het niet. Je kunt je afvragen of het de 4 euro entree waard is, maar een museumjaarkaart is er ook geldig, dus als je die hebt, dan kan een bezoekje geen kwaad. Het gebrek aan vierkante meters wordt echter ruimschoots gecompenseerd door het enthousiasme van de medewerkers, die je hoogstpersoonlijk een rondleiding geven langs alle attributen. Echte couperofielen (als dat nog geen woord is, dan bij dezen) – om mijn buitenlandse gasten ter wille te zijn haalde een van hen zelfs een paar Duitse vertalingen op uit haar persoonlijke collectie. Deze dame, tevens de oprichtster van het museum, woont namelijk in het huis erboven.

Aan de muren hingen vooral affiches van theater- en filmbewerkingen van zijn boeken. Een van de bekendste is de televisieserie “De stille kracht” uit 1974, die furore maakte door een naaktscène met Pleuni Touw. De serie zorgde voor zo’n opleving in de populariteit van Couperus’ werk, dat het Boekenbal van dat jaar volledig aan hem werd gewijd. In het Louis Couperus Museum kun je de posters van dat evenement nog vinden, waarop Couperus staat afgebeeld in alle steden die voor hem belangrijk waren.

 

De medewerkster van het museum raadde ons aan om ook een kijkje te nemen bij een van Couperus’ oude woningen, Surinamestraat 20, bij het museum om de hoek. Dat was nogal een anticlimax, want behalve de wetenschap dat je in de juiste straat bij het juiste huisnummer staat, is er niets dat erop wijst dat je op de juiste plek bent. Geen bordje, geen stoeptegel. Alleen een buste van deze man aan het begin van de straat.

 

Couperus ligt ook begraven in Den Haag, op Oud Eik en Duinen, een stukje buiten het centrum. Deze begraafplaats ligt op loopafstand van mijn huis, dus ik nam daar ook meteen een kijkje. Het is niet onmiddellijk duidelijk waar je moet zijn – er staan geen bordjes die je de juiste kant op wijzen – maar als je eenmaal weet dat je zoekt naar een witte, afgebroken zuil, is het gemakkelijk om het graf te vinden. Hij ligt er samen met zijn vrouw, die pas 37 jaar later overleed. Ik heb ook nog even gezocht naar het graf van Bordewijk, die ook op deze begraafplaats schijnt te liggen, maar hem heb ik niet kunnen vinden.

Misschien neem ik binnenkort wel weer eens een boek van Couperus ter hand – suggesties voor welk boek dat dan moet zijn, zijn welkom. En misschien kom ik er dan wel achter dat ook zijn andere werk mij kan bekoren. Of juist niet. In ieder geval zal ik Couperus nog vaak in de ogen kunnen kijken. Vanaf 1 september staat mijn kantoor namelijk naast zijn standbeeld.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *