Raceverslag: City-Pier-City 2017 (halve marathon)

Hardlopen is voor mij bij uitstek een solitaire bezigheid. Ik train vrijwel altijd alleen. En in feite is een hardloopwedstrijd niet veel anders. Je bent met heel veel mensen, maar je bent er niet voor elkaar. Ook niet tegen elkaar. Je bent er voor jezelf: om een afstand voor het eerst uit te lopen, om je persoonlijk record te verbreken, als opmaat naar een grotere wedstrijd… Maar je bent wel mét elkaar.

 

Ik zou de CPC Halve Marathon met mijn broer lopen. Geheel in lijn met het bovenstaande komt daar niets van in. Al vóór de start moet ik afscheid van hem nemen: hij heeft zijn eindtijd veel optimistischer ingeschat dan ik de mijne. Terwijl mijn broer met een vriend van hem naar de eerste startgolf loopt, kom ik terecht in de “kneuzenstartgolf” (voor zover daar bij een halve marathon nog sprake van is): de mensen die verwachten twee uur of langer over de afstand te doen. Ik probeer zo dicht mogelijk bij de pacer met een beoogde tijd van 2 uur en 10 minuten te komen. Tijdens de wedstrijd zal ik die echter al snel inhalen.

Om me heen doet iedereen zijn eigen voorbereiding. Sommigen rekken en strekken nog wat, anderen leggen de laatste hand aan een playlist die hen naar de eindstreep moet krijgen. Ik krijg daardoor ook inspiratie. Wat is er nog aan een hardloopwedstrijd als ik onderweg niet eens Keelhauled van Alestorm keihard in mijn hoofd mee kan brullen? “Make that bastard walk the plank with a bottle of rum and a yo ho ho!”

Het startschot klinkt al voor de eerste twee startgolven, maar daar krijgen wij niets van mee. Bij ons wordt er extra adrenaline in ons lichaam gebeukt door de dj die Tsunami draait, een track die het bij mij altijd goed doet om de motivatie echt tot het uiterste te krijgen. Ik krijg kippenvel: mijn eerste halve marathon ooit staat op het punt om te beginnen.

 

Waar denk je zoal aan tijdens het lopen? Tijdens de eerste kilometer niet veel meer dan “wat lopen er veel mensen, en wat lopen ze in de weg!”. Maar op het moment dat de mensenmassa voor mijn voeten een beetje is opgelost, begin ik vrij te associëren. Niets verhevens eigenlijk. Gewoon bedenken dat het zulk mooi weer is vandaag. De T-shirts van de andere lopers bewonderen. Het publiek scannen op bekenden (maar de enige bekende die ik zag, zag mij niet, hoe hard ik ook naar hem zwaaide). Bedenken wat ik straks op Facebook ga zetten (ja, echt). De kinderen langs de route high fives geven. En ondertussen steeds werktuiglijk de ene voet voor de andere zetten, in een aardig tempo.

Zo gaat dat eigenlijk door tot bij de 16 kilometer. Daar begint “de hel van Scheveningen”: een stuk vals plat langs de boulevard richting het Kurhaus. En daar begin ik te merken dat ik nooit meer trainingskilometers in de benen heb gehad dan de 16 die ik zojuist heb afgelegd, en dat in een veel lagere snelheid. Ik wist van tevoren dat mijn voorbereiding beter had gekund en dat begin ik nu te voelen.

 

De laatste paar kilometer gaat mijn volledige aandacht naar dóórlopen. Nog één keer stop ik om een bekertje water te drinken – dat ze bij de drinkposten ook sportdrank uitdelen zie ik niet eens, dat hoor ik achteraf. Ik registreer elk kilometerbordje dat ik zie, met een gevoel van ongeloof dat ik pas weer een kilometer verder ben. Qua ademhaling en hartslag gaat het nog best, maar mijn benen zijn zwaar, zo zwaar! Het kost mij nu een hoop wilskracht om mijn ene voet voor de andere te zetten, maar tot mijn verbazing zakt mijn tempo niet onder de 5’47” per kilometer, mijn gemiddelde snelheid gedurende de hele wedstrijd. Nadat ik bij het Malieveld linksaf ben geslagen en de finish in zicht heb gekregen, weet ik er zelfs nog een eindsprintje uit te persen. Ik weet ook een grijns op mijn gezicht te toveren, wat bij de omroeper een “zoals Sanne willen we allemaal over de finish komen, want die kan nog lachen” ontlokt. Mán, je moest eens weten!

Nog een laatste keer mijn ene voet voor de andere, over de finishlijn. En nu hoef ik niet meer.

 

2 uur, 3 minuten en 42 seconden. En pas thuis merk ik dat ik voor die tijd echt alles heb gegeven. Ik kan niet meer op mijn benen staan.

Na een douche en een thuisbezorgde pizza gaat het wat beter, maar ik ben blij wanneer ik mijn broer, zijn vriend en mijn schoonzus de deur uit heb gewerkt en kan gaan slapen. Mijn doel voor de volgende keer: onder de 2 uur lopen en niet al mijn reserves opgebruiken. Laat ik me eens gaan verdiepen in voeding voor, tijdens en na de wedstrijd.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *