Maart roert zijn staart

Een vreemd gezegde is het eigenlijk – maart roert zijn staart. Als kind had ik er het beeld bij van een ondefinieerbaar harig wezen, dat met zijn staart ergens in zat te roeren. Ik wist wel dat het betekende dat het in maart nog flink winters weer kon zijn, maar op dat moment zag ik dat soort dingen concreet voor me. Dat “staart” en “roeren” ook andere dingen konden betekenen, was me onbekend.

Hoe cliché het ook is: maart roerde zijn staart de afgelopen dagen. Het resultaat: vanochtend werd ik wakker met een nogal winters uitzicht.

Echt goed geslapen had ik niet – ik maak me zorgen over de marathon die inmiddels al over vijf weken is en waarop ik me lang niet optimaal kan voorbereiden. Gisteren las ik in Runner’s World dat je een marathon lopen met minder dan 40 km training per week niet hoeft te proberen, en de laatste tijd zijn weken van minder dan 40 kilometer helaas meer regel dan uitzondering. Dus ik droomde van pijnlijke hardloopwedstrijden en niet kunnen finishen, met in mijn achterhoofd steeds de 30 km-loop van vandaag, die ik op advies van mijn fysio ga halveren.

Ja, ik ga sinds deze week naar een fysiotherapeut. De herstellende verstuikte enkel heeft gezelschap gekregen van een protesterende knieholte. Ik vond het te ingewikkeld worden om zelf door te modderen. En ik moet zeggen: het is erg prettig als een expert voor je nadenkt.

“Nee, die marathon hoef je niet uit je hoofd te zetten. Die ga je gewoon lopen. Daarna zul je wel helemaal stuk zijn, maar daar gaan we dan aan werken.”

Met het zien van de sneeuw had ik de hele situatie als hopeloos kunnen bestempelen (zowel de training als de hele marathon), weer in bed kunnen kruipen en een paar uur verder kunnen slapen. Maar uit dat hout ben ik niet gesneden.

Hardloopschoenen aan, opwarmen en de weg op dus. De sneeuw was op veel stukken nog onbetreden, een aantal fietspaden was al goed bestrooid. Het werd een expeditie van stukken over verse sneeuw lopen, lekker spetteren door de slush op de wegen, ietsje vaker een fietspad pakken en soms ongegeneerd op de weg lopen. Voordeel van lopen op zaterdag om half 8 ‘s ochtends: nog bijna geen verkeer.

Bij Ockenburgh zag ik de CPC-vlaggen voor volgende week al wapperen. Ik ga de halve marathon lopen, ik heb er zin in!

15 kilometer was vandaag echt genoeg en dat ontmoedigt mij wel. Het feit blijft dat die enkel niet veel problemen meer geeft (zolang ik niet ga trailrunnen op extreem onregelmatig terrein), maar dat de knieholte constant zeurt. Het wordt niet erger – misschien een klein beetje in de loop van 1,5 uur, ondraaglijk in ieder geval niet – maar meer dan 4 uur rennen met zo’n gevoel lijkt me absoluut geen pretje. Nog even los van het feit dat ik in de trainingen nog niet in de buurt ben gekomen van die 4 uur – de lange duurlopen van 30+ kilometer zijn nog niet gelukt.

Mijn voorbereiding lijkt een beetje op die van mijn eerste halve marathon – de CPC van vorig jaar. Ook daarvoor was ik veel minder aan trainen toegekomen dan de bedoeling was, toen alleen door mentale factoren en niet door fysieke. Een week of twee van tevoren had ik er nog een loopje van 17 km uit geperst, en ik rende doordeweeks wel stukken van 5-12 km, maar dat was het. En dat maakte de wedstrijd niet onmogelijk, maar wel zwaarder dan had gehoeven. Gelukkig liep ik twee maanden later ook de halve marathon van Leiden, waarop ik me beter had voorbereid, en kon ik voelen hoe je een halve marathon óók kon lopen. (Toen is het zaadje van die hele marathon ook definitief geplant.)

De marathon van Rotterdam wordt dus een karaktertest, en daarna komt de herkansing voor de fun. Niet meer dit voorjaar – eerst maar eens al mijn blessures goed laten herstellen – maar een najaarsmarathon zit er hopelijk wel weer in. Iemand suggesties? Amsterdam, Eindhoven? Misschien iets leuks in het buitenland?

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *