Raceverslag: Laan van Meerdervoortloop 2018 (5 km)

Hoogmoed komt voor de val. Het flitste door mijn hoofd, toen ik halverwege de wedstrijd werd ingehaald door alle mensen die ik tijdens de eerste kilometer voorbij was gelopen. Gisteren nog liep ik hier door de duinen, achter vier scouts aan die niet vooruit te branden waren, nadat ze het begin van hun hike als een speer gelopen hadden. Ironisch, dat ik nu zelf in dezelfde valkuil liep.

Misschien had ik de wedstrijd iets verstandiger moeten kiezen. Naar het parcours moeten kijken, voordat ik me inschreef. Maar de timing van deze loop was zo perfect – precies aan het einde van het tienweekse opbouwschema naar de 5 km – dat ik me meteen had aangemeld. Ik wist dat het geen “snel” parcours was – daar moet je de City Pier City, of liever nog, de Royal Ten voor hebben. Ik had alleen niet verwacht dat ik me zo zou stukbijten op de Laan van Meerdervoortloop.

 

Slechts 381 mensen hadden zich ingeschreven voor de 5 km. Het was dus rustig bij het NH-hotel in Kijkduin. Er was een draaimolen, er liepen driejarige kinderen met medailles – de Peuterloop van 350 m was al afgelopen – en je tas kon je kwijt in een tent, waar een vrijwilliger wel een oogje in het zeil zou houden. Portemonnee en telefoon had ik dus mooi thuisgelaten.

Een keertje niet dringen bij het startschot. Over de kinderkopjes naar beneden naar het strand. De eerste paar honderd meter over een betonnen pad, waarlangs in de zomer altijd de strandtenten staan. En daarna wordt het zand mul.

 

Meteen een dilemma, want de groep splitst zich in tweeën. De helft blijft dicht bij het duin lopen, de andere helft gaat een stukje verder naar beneden, richting de zee. Dicht bij de zee is het zand harder en zak je dus minder weg, maar de route langs het duin is korter. Langs het duin dus maar – en je ondertussen bij elke stap afvragen of je niet beter de andere route had kunnen nemen. Bah bah, wat is dat zand zacht.

 

Een kilometer lang duurt deze kwelling. Daarna loopt de route over het fietspad de duinen in. Verder naar het noordoosten, maar nu over asfalt dat soms omhoog, en dan weer naar beneden gaat. Hoe dan ook beter dan het zachte zand. Ik haal de man en vrouw in achter wie ik in het zand was blijven hangen, en prijs mezelf gelukkig dat ik het ergste stuk van de race gehad heb.

 

Grappig, hier liep ik gisteren met de scouts ook. Ik neem me voor mijn ogen open te houden, want ik vermoed dat we hier toen een afslag gemist hebben – in het donker door de duinen lopen doet je navigatievaardigheden geen goed – maar na een paar meter ben ik het voornemen alweer vergeten. Al loopt het wel lekker, zo bergaf. Een wildrooster over en naar rechts de Laan van Poot in. Ik heb nog nauwelijks kunnen genieten van de vlakke, harde ondergrond, of ik krijg last van een beginnerskwaaltje. Steken. Nu al, na ruim 2 kilometer.

 

Focussen op de ademhaling. Proberen de buikspieren aan te spannen. De muziek in mijn oren gaat volledig langs mij heen – ik hoor alleen mijn hart bonzen. De Laan van Poot is een favoriet trainingsstukje: een rustige dure wijk, bijna geen verkeer, geen rode stoplichten. Ik ken ieder bochtje en zijstraatje inmiddels. Ik heb ook een vermoeden van wat er hierna komen gaat: een kuitenbijtertje.

 

En inderdaad, aan het einde van de Laan van Poot moeten we het duin weer op. Ook dit stukje zit iedere week minstens één keer in de training, dus ik weet dat ik hier rustig aan moet doen. Ik word ook een beetje angstig: we kunnen zo twee kanten op: weer een stuk het duin in, alleen nu terug richting Kijkduin, of opnieuw het strand op. En ik maar denken dat ik klaar was met dat stomme zand!

Niet dus. We betreden het strand op precies dezelfde plek als waar we er net af zijn gegaan, dus ik weet dat er nu nog een kilometer in het verschiet ligt. En dat die langer duurt dan je denkt. Ik word door iedereen ingehaald, ploeter achter een andere niet al te snelle dame aan en probeer vooral niet te vaak te kijken of het beton al in zicht is.

 

Tot slot heeft dit parcours nog een leuk nabrandertje. Na de start zijn we naar beneden gelopen, dus wat moeten we nu? Juist – omhoog! Beneden staat een vrouw die naar iedere loper roept dat die zijn armen moet gebruiken tijdens de weg omhoog. Ik besluit het advies maar in de praktijk te brengen. Baat het niet…

De man van middelbare leeftijd die mij probeert in te halen aan het einde van de heuvel laat ik er niet meer langs: ik zet een versnelling in voor de laatste tientallen vlakke meters. Met een tijd van 31 minuten en 29 seconden kom ik over de finishlijn. Ik neem het flesje water en de medaille in ontvangst en ga op zoek naar een vrij stukje trap, want ik ben een beetje duizelig.

 

31 minuten en 29 seconden. Dat is een PR waar nog wel wat ruimte is voor verbetering. Ik had gehoopt onder de 6 minuten per kilometer te blijven – onder de 30 minuten dus – en ik weet dat ik als ik goed in vorm ben ook onder de 25 minuten zou moeten kunnen finishen.

Maar misschien was dat voor vandaag – en voor dit parcours – ook niet realistisch. Thuis bekeek ik de uitslagen en ik zag dat ik de 17e vrouw was – van de 147 – en 66e overall. Dat is toch niet onverdienstelijk.

Toch een soort succesvolle comeback dus, dit, ook al voelde het onderweg helemaal niet zo. Misschien hoort het er gewoon bij, mezelf leeglopen. Zolang het herstel maar goed is, is daar ook helemaal niets mis mee. Na een hike gisteren en een hardloopwedstrijd vandaag, is het vanavond dus tijd om een gat te slaan in de stapel films met Al Pacino die, op aanraden van een collega, op mij staat te wachten.

 

Trouwens: weet je waar we níét zijn gekomen? Op de Laan van Meerdervoort…

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *