Het zit in de familie

Als kind, puber en jongvolwassene dacht ik altijd dat ik een hekel had aan sport. De gymlessen op school vond ik verschrikkelijk, want ik was – en ik ben nog steeds – uitgesproken slecht in balsporten. En laat het nu net zo zijn dat 95% van de gymlessen werd besteed aan hockey, basketbal, voetbal, volleybal of softbal. Een zesje voor de inspanning, meer zat er niet in.

Buiten school deed ik wel aan zwemmen, maar dat was meer omdat het moest. Niet dat mijn ouders mij dwongen – wel om naar de trainingen te gaan waar zij contributie voor betaalden trouwens – ik wist zelf ook best dat het goed was om te sporten. Maar ik lag drie keer per week met tegenzin in het water.

Sport was gewoon niet mijn ding. Mijn passies lagen ergens anders.

 

Logisch ook, want mijn ouders, en met name mijn vader, waren ook niet zo sportief. Althans, dat was wat ze zelf zeiden. Het ging zelfs zo ver dat ze zich afvroegen waar mijn zusje, die goed is in zo ongeveer alle sporten, haar talent vandaan had. Dat sloeg vast een aantal generaties over.

Als we sport definiëren als de onderdelen die je op de middelbare school tijdens de gymles krijgt, dan zijn mijn ouders en ik inderdaad geen sporters. Pas veel later realiseerde ik me dat er misschien wat schortte aan die definitie.

 

Haal de bal eens weg uit de sport: wat houd je dan over? Na cursussen schaatsen, judo, schermen, salsadansen, skeeleren, kizomba, golfsurfen, volksdansen, yoga, maar ook kanopolo – hilarisch, maar een bevestiging dat ik nog steeds faal in alles waar een bal bij komt kijken – is er maar een conclusie mogelijk: ik ben echt niet in alle sporten slecht. En de rest van mijn familie ook niet.

 

Neem nou die marathon. Tijdens de verschillende kerstdiners kwamen onvermijdelijk de aspiraties voor 2018 ter sprake. En dan komen er ineens kanten van familieleden naar boven waarover ik nooit eerder gehoord had. Bijvoorbeeld dat mijn opa in zijn jonge jaren fanatiek hardliep, een PR van 1 uur en 25 minuten had op de halve marathon en zelfs eens een hele marathon heeft gelopen. Twee broers van mijn moeder en een van mijn vader hebben ook een marathon op hun naam staan. Hoezo, niet sportief?

 

Ik vraag me af op hoeveel middelbare scholen nog steeds alleen aandacht besteed wordt aan balsporten, turnen en een piepklein beetje atletiek. En hoeveel jongeren daardoor – ten onrechte – denken dat ze niet kunnen sporten.

In de huidige maatschappij, waarin we meer tijd dan ooit zittend doorbrengen, zou het jammer zijn als men al op zo’n jonge leeftijd wordt ontmoedigd om in beweging te blijven. Daar was het vak lichamelijke opvoeding toch niet voor bedoeld?

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *