Een nieuwe uitdaging: triatlon

Zomer 2014. Eén van mijn medezwemmers vraagt aan de trainer of hij een baan wil vrijmaken zodat zij een 1500 meter kan zwemmen. Niet omdat haar dat nou zo bijzonder leuk lijkt, maar omdat ze die moet zwemmen in de triatlon die ze aan het voorbereiden is. De olympische afstand: 1500 m zwemmen, 40 km fietsen, 10 km hardlopen. Ze vraagt mij of ik het leuk vind om met haar mee te zwemmen. Ik zeg niet snel nee tegen een uitdaging, dus even later lig ik in het zwembad baantjes te tellen.

24 minuten later zijn we klaar. Ik weet niet helemaal zeker of ik 1500 meter heb gezwommen – meestal raak ik na 200 of 300 meter al de tel kwijt, maar het zal daar in de buurt zitten.

Op dat moment was ik primair een zwemmer. Af en toe liep ik een paar kilometer hard, maar verder had ik geen idee wat de andere onderdelen van het triatlon inhielden. Toch zat de triatlon sinds de zomer van 2014 in mijn hoofd.

 

Inmiddels zijn we vier jaar verder. Die triatlon zit nog steeds alleen in mijn hoofd. Waarom? Omdat het kopen van een fiets zo’n drempel is. Triatlon is sowieso een enorm dure sport – je moet voor drie disciplines spullen kopen – en de racefiets is verreweg het duurste onderdeel dat je nodig hebt. Ik wist ook niet zo zeker of ik wielrennen leuk genoeg zou vinden om de investering eruit te halen. Kortom: ik richtte me liever op andere dingen. Dat werd hardlopen – eerst 10 km, daarna een halve marathon, daarna een hele.

 

Nu is die hele achter de rug. Bijna een halfjaar lang was die marathon de belangrijkste bijzaak in mijn leven. Ik leefde marathon, ik ademde marathon. Maar mijn lichaam vond het allemaal niet zo leuk en is na het lopen van die 42,2 km min of meer in staking gegaan. Tijdens mijn “trainingen” in de afgelopen twee weken was 5 km het meeste dat ik eruit kon persen.

Tijd voor een ander plan dus. De afgelopen weken heeft dat plan zich kunnen vormen in mijn hoofd – wat dat betreft kon de triatlonuitgave van Runner’s World en Bicycling niet op een beter moment komen – maar om dat plan te kunnen volbrengen, is toch echt een fiets nodig. Daarom ging ik vanochtend op pad naar Moordrecht, waar 12GoBiking zit, een grote fietsenspeciaalzaak. Met een budget van rond de 1000 euro kun je daar al flink losgaan.

 

En het toffe? Ze hebben veel fietsen op voorraad – waaronder die waarop ik mijn oog had laten vallen, een Sensa Latina LTD Sora. De fiets hoefde dus alleen maar afgemonteerd te worden. Dat duurt wel anderhalf uur, maar in die tijd kun je je zuurverdiende geld uitgeven aan alles dat je óók nodig hebt: een helm, een broek, een bidon…

Bij het afstellen van de fiets kwam ik Madelon tegen. Ik kende Madelon niet, maar ze stond ineens naast me in de werkplaats, om het herenzadel op haar drie weken oude fiets te vervangen door een dameszadel. Ze woont in Voorburg, heeft drie weken geleden ook de marathon van Rotterdam gelopen, liep ongeveer dezelfde tijd als ik, kampt ook met blessures en heeft daarom ook besloten om zich op triatlon te richten. Meteen een fietsmaatje voor de weg naar huis. Bizar, hoe dat gaat.

En dan de weg op. Voordat ik daadwerkelijk fietste, waren we alweer een poosje verder. Het is één ding om in de winkel uitentreuren te oefenen met het vast- en losklikken van je schoenen aan de pedalen, maar om het “in het echie” te doen is andere koek. Het resultaat: eeuwen wachten voordat de weg echt vrij is, me vastklampend aan het hek vastmaken aan de fiets, om er daarna achter te komen dat het volgende stoplicht al honderd meter verderop staat. Bij het tweede stoplicht kukelde ik om, omdat ik niet snel genoeg op gang kon komen – gelukkig een zachte landing in de berm. Vrij snel kwam ik erachter dat het opstappen gemakkelijker gaat als de fiets wat vaart heeft, waarna ik de rest van de rit probleemloos kon fietsen.

Je kunt er ook voor kiezen om “gewone” pedalen op je fiets te laten zetten. Een stuk goedkoper, want met name die fietsschoenen kosten ook niet niks. Als je een beetje serieus op tijd wil rijden, zijn klikpedalen de enige optie. Ze zorgen ervoor dat je anders kunt fietsen – niet alleen op de pedalen kunt duwen, maar ook eraan kunt trekken – waardoor je meer kracht kunt zetten en daardoor sneller kunt fietsen.

Wat verder wennen is: die fietsbroek voelt aan als een luier – op de fiets niet zo erg, maar als je eenmaal klaar bent, wil je dat ding zo snel mogelijk uitdoen -, na 35 km laten je polsen en je rug al behoorlijk van zich horen, en hoe moet ik in godsnaam drinken tijdens het fietsen? Ach, ik ga er gaandeweg wel achter komen.

 

Nu nog een mooie 1/8e triatlon (500 m zwemmen, 20 km fietsen en 5 km hardlopen) uitkiezen. Ik twijfel tussen de Midzomertriatlon in Leidschendam (lekker dichtbij en niet zo duur) en de Dare2Tri Grand Prix Triatlon in Zandvoort (met een tof parcours, over het circuit van Zandvoort). Welke zouden jullie kiezen?

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *