Waar je allemaal aan moet denken als je triatlon gaat doen

Tijdens een van mijn eerste hardloopwedstrijden stond ik met mijn startnummer in de hand. Dat had ik net opgehaald bij de organisatie. Maar hoe moest dat ding op mijn shirt? Blijkbaar had iedereen eraan gedacht om van thuis veiligheidsspeldjes mee te nemen, behalve ik – en de vriend met wie ik de wedstrijd liep. In allerijl moesten wij op zoek naar een winkel die op zondag open was en die veiligheidsspelden verkocht. Dat lukte net op tijd, maar relaxed aan de start staan was er niet meer bij. (Toch liep ik toen mijn beste tijd tot nu toe op de 10 km, 49m42s.)

Veiligheidsspelden – die vergeet ik sindsdien nooit meer. Maar buiten dat is er bij een hardloopwedstrijd niet heel veel om aan te denken. Ja, het zou stom zijn als je je hardloopschoenen vergeet aan te doen, en je startnummer is wel redelijk essentieel. Maar verder? Not so much.

Nee, dan triatlon. Hoe meer ik me erin verdiep, hoe meer het tot me doordringt dat hardlopen toch wel lekker overzichtelijk is. Triatlon vereist voorbereiding op een heel ander niveau. Natuurlijk, je moet voor drie disciplines spullen meenemen – dat had ik van tevoren wel bedacht – maar daar komt nog een hoop bij kijken…

1. Wetsuit of geen wetsuit?

Triatlons vinden doorgaans plaats in open water, en open water is vrijwel altijd kouder dan een zwembad. Soms zo koud, dat je met alleen een badpak of een zwembroek het risico loopt onderkoeld te raken. Om die reden is onder een bepaalde temperatuur (18ºC voor lange afstanden, 16 voor korte) een wetsuit verplicht. Als de watertemperatuur boven de 22ºC komt, dan is een wetsuit verboden. Tussen de 18ºC en 22ºC mag je kiezen.

En dan is de luchttemperatuur nog niet eens in beschouwing genomen. Als die lager is dan de watertemperatuur, dan wordt het gemiddelde genomen van de luchttemperatuur en de watertemperatuur, en aan de hand daarvan bepaald of een wetsuit verplicht is.

Om het nog wat erger te maken: het is enorm lastig om deze richtlijnen op internet te vinden. Het bovenstaande heb ik van de site van triathlon Woerden, maar een pagina hierover van de Nationale Triathlonbond is er niet. Als er dus in de laatste jaren iets is veranderd, dan ben ik daar niet van op de hoogte.

En tot slot: hoe weet je wat de temperatuur is van het water waarin je gaat zwemmen? Hoe dan ook: bij iedere triatlon moet er een wetsuit en een gewoon badpak mee. Gewoon voor de zekerheid.

Beetje jammer dat ik nog geen wetsuit heb. Gelukkig kan ik er in Zandvoort eentje huren. Want de zeewatertemperatuur is in juni zéker nog niet boven de 16ºC.

2. Een wedstrijdlicentie

Bij een hardloopwedstrijd kun je je zo inschrijven. Je hoeft geen lid te zijn van een atletiekclub, je hoeft geen abonnement te hebben op Runner’s World. Je kunt gewoon als recreant meelopen. (Als je wilt meedingen naar een prijs, dan moet je je wel inschrijven als wedstrijdloper, en dan is een wedstrijdlicentie wel verplicht.)

Bij triatlons is een wedstrijdlicentie altijd verplicht. Gelukkig hoef je je niet meteen als lid ergens in te schrijven: je kunt ook een eenmalige licentie kopen. Mocht je het tijdens je triatlondebuut onverwacht heel goed doen, dan kun je dus zelfs een prijs in de wacht slepen!

3. Tijdsregistratiechips

De tijd meten tijdens een wedstrijd waar de deelnemers ook in zwemmen, is een uitdaging op zich. Het tagje in het startnummer, dat bij hardloopwedstrijden gebruikt wordt, volstaat niet meer – een papieren startnummer dragen bij het zwemonderdeel is sowieso onzin. Tijdens triatlons draag je een chip om je enkel of je pols, die de tijd meet.

Die chips zijn er in verschillende soorten en maten. Je kunt tijdens een wedstrijd een witte chip huren: die is alleen voor dat evenement geldig en staat niet op jouw naam. Een groene chip kun je wel personaliseren en is goedkoop in aanschaf (€ 5,-), maar bij iedere wedstrijd moet je een toeslag betalen om hiervan gebruik te maken. Met een gele chip hoef je niet bij te betaling, maar deze chip kost € 30,- om aan te schaffen.

4. Een startnummerband

Tijdens het zwemmen draag je geen startnummer – of staat er misschien een op je badmuts? -, tijdens het fietsen draag je je startnummer op je rug en tijdens het hardlopen op je buik. Die veiligheidsspeldjes die je tijdens hardloopwedstrijden gebruikt, zijn dus hartstikke onpraktisch, want tijdens de wissel van het fietsen naar het lopen moet je je startnummer verplaatsen.

Je kunt natuurlijk je shirt achterstevoren aantrekken, maar dat zit niet erg lekker. Je kunt ook een startnummerband kopen – ik vond er een voor € 5,99 bij Decathlon. (Heel veel méér hadden ze niet hangen op de triatlonafdeling trouwens.) Met dat ding hoef je de band maar te verplaatsen om je startnummer van je rug naar je buik te krijgen.

5. De logistiek

Met een rugzakje in de trein naar een wedstrijd gaan is er niet meer bij. Nee, denk meer in de richting van een huuuuuge sporttas en een extra treinkaartje voor je fiets. En met een beetje pech een lastige overstap of nog een stuk met de bus, nog steeds mét die fiets. Misschien toch maar een keer een auto kopen?

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *