0,03 seconde

Ranomi Kromowidjojo, Sebastiaan Verschuren, Femke Heemskerk, Ferry Weertman en Sharon van Rouwendaal. Vijf zwemmers die het moesten maken op de Olympische Spelen van 2016 in Rio de Janeiro. Wat daar gebeurde is bekend. In het zwembad stonden er geen Nederlanders op het podium, ondanks alle hoge verwachtingen. De medailles vielen op een plek die minder in de aandacht stond: in de baai van Copacabana. Daar haalden zowel Sharon als Ferry goud binnen op de 10 kilometer open water.

 

De documentaire 0,03 seconde van Suzanne Raes gaat over de aanloop naar deze triomfen en teleurstellingen. De filmtitel is niet gebaseerd op feitelijke informatie (het had net zo goed 0,02 of 0,05 seconde kunnen zijn), maar de achterliggende gedachte is duidelijk: het verschil tussen eeuwige roem en de vergetelheid is minimaal. Alle zwemmers zijn zich daarvan bewust en zetten alles op alles om de kans op die eeuwige roem zo groot mogelijk te maken. Alles moet perfect zijn: je mag geen tijd verliezen op het startblok, je keerpunt moet subliem zijn, je weerstand in het water minimaal en dan moet je ook nog op het juiste moment al die kracht kunnen inzetten. En dan nog: je kunt zelf een uitstekende race zwemmen, jezelf overtreffen, maar als je tegenstander nét iets beter is, dan heb je nog niets.

 

De documentaire mist wat diepgang en de televisiebeelden van de zwemwedstrijden zullen voor velen reeds bekend zijn. Toch is hij de moeite van het bekijken waard: de (actie)beelden zijn prachtig en de muziek vult daar mooi bij aan. Ook krijgt de kijker een aardig globaal beeld van de voorbereidingen en de offers die die van de zwemmers vergen. Vooral Femke en Sharon komen uitgebreid in beeld. Zij hebben gekozen voor dezelfde trainer, de Fransman Philippe Lucas. De eerste beelden van de documentaire zetten al direct de toon van zijn trainingsregime: terwijl het nog donker is, haasten de zwemmers zich huiverend naar het buitenzwembad in het Franse Narbonne, waar Philippe hen opwacht en het water in stuurt. Wat moeten ze zwemmen? Ach, doe maar twintig keer 400 meter.

Wát? Acht kilometer? Ik zou mijn zwemtrainer afmaken als hij op dat idee zou komen. Maar ik ben ook geen Olympisch topzwemmer.

Sharon van Rouwendaal lijkt wel te varen bij dat Spartaanse trainingsschema, maar Femke zie je in de loop van de documentaire steeds vermoeider worden. Het valt Marcel Wouda, de trainer van Ferry Weertman maar ook de eerste keuze van Femke Heemskerk, op tijdens een trainingsstage kort voor de Spelen. En als kijker weet je al hoe het afloopt: Femke wordt laatste in de halve finale voor de 200 meter vrije slag. Niet gewoon vermoeid, maar “een laag dieper dan moe”. Overtraind. Een burn-out voor sporters. Sharon heeft hier geen last van, die lijkt het spelletje juist wel leuk te vinden. Tot het randje gaan, dat maakt haar sterker. En dat laat ze zien in Rio, waar ze met een niet meer in te halen voorsprong op de finish afstevent.

 

Met name Ranomi en Ferry, maar ook Sebastiaan, komen minder vaak in beeld. Zij trainen in Eindhoven, de kweekvijver van het Nederlandse zwemtalent, ieder met hun eigen trainer. Van Sebastiaan zie je vooral de pogingen om zich, op verschillende toernooien, te plaatsen voor de 100 meter vrije slag, wat hem op de valreep lukte. Maar ook het gesprek met zijn vriendin blijft hangen en geeft een beeld van het egocentrisme van de topsporter: als jij vlak voor de Spelen zou overlijden, zou ik het niet willen weten, want dat zou mijn concentratie verstoren. Jij zou vanuit de hemel toch ook willen dat ik goed zwem?

Ondertussen laat Sharon haar konijn Valentijn, het enige gezelschap in haar kleine studiootje in Frankrijk, inslapen.

 

Waar laat 0,03 seconde mij mee achter? Sowieso met het besef dat de wereld maar klein is. De trainer van Ranomi, Patrick Pearson, zwom ooit bij dezelfde zwemvereniging als ik.

Maar in de loop van de documentaire heb ik vooral een enorm respect gekregen voor Femke Heemskerk. Hoe ze zich laat afbeulen door haar trainer, om haar droom waar te maken, terwijl jij als kijker allang weet dat haar dat niet gaat lukken. De momenten voor de camera, vooral na een wat minder goed verlopen race. Hoe ze tegen dat cameramoment opziet: nog een keer met de billen bloot. Haar eigen teleurstelling is nog nauwelijks geland en dan moet ze aan heel Nederland verantwoorden waar dat aan heeft gelegen. Dan nog de tegenslagen: haar favoriete trainer gaat zich richten op een andere pupil en ook Philippe Lucas lijkt op het eind meer energie te steken in Sharon. En dan die vermoeidheid.

“Je dromen kunnen uitkomen, maar je nachtmerries ook.”

En toch: ze geeft niet op. Haar verslagenheid is direct na de race duidelijk te zien, maar in het algemeen is ze optimistisch en vrolijk. En ook al is ze inmiddels bijna dertig, ze gaat gewoon door. Nu weer bij Marcel Wouda. Prachtig.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *