Raceverslag: Smokkelaarstrail

Nog maar vier weken te gaan tot de Indian Summer Ultra. Op dit moment zoek ik dus ieder weekend de onverharde paden op voor een lange afstand. Deze zaterdag doe ik het rustig aan met een trailrun van “maar” 21 kilometer. Ten eerste omdat deze week een relatieve rustweek is, even een adempauze tussen de duurlopen van meer dan 30 kilometer. Maar ook omdat ik zondag weer aan de bak moet, in teamverband tijdens een triatlon-estafette.
Mijn ouders zijn met vakantie. Op vrijdag neem ik hun oppasdienst op mijn neefje Dylan over. Het is heerlijk om tijd met hem door te brengen – hij is zo lief en vrolijk! (Behalve als hij honger heeft.) En hij zorgt voor de nodige extrinsieke motivatie om die ultra in oktober goed te volbrengen – mocht mijn intrinsieke motivatie het op een goed moment (ergens rond de 30 km vermoed ik) laten afweten.  Mijn uitvalsbasis is dit weekend dus Brabant, en de trail die ik heb uitgezocht is de Smokkelaarstrail in Goirle.

Trainingsdagboek week 3 – 10-kilometer-mijlpaal

Maandag 14 januari

Tijd voor een nieuwe krachttraining. Spierpijn gegarandeerd, want vanwege de regen buiten liepen we niet een relaxed rondje in. In plaats daarvan deden we onze warming-up binnen, en dat was een stuk minder ontspannen dan dat we gewend waren.
Voor de WOD moesten we weer naar de assault bike. Het is ongelooflijk hoe snel dat ding je uitput. In tweetallen 30 kcal verbranden (in je eentje dus ongeveer 15) – een minuut werk ongeveer – en daarna kun je niets meer. Ook al was het de bedoeling dat we daarna gingen touwtjespringen tot het volgende tweetal 30 kcal had verbrand.

Trainingsdagboek week 2 – langzaam sneller

Maandag 7 januari

De vorige twee weken waren uitgevallen vanwege Kerst en Oud & Nieuw, maar deze week was het weer tijd voor een van mijn favoriete trainingen: crossfit in Scheveningen. De WOD (work-out of the day) was deze keer in tweetallen. Mijn maatje en ik begonnen met een cardiorondje, waarin we samen 40 kcal moesten verbranden op de assault bike (wat een onding is dat!), 100 keer moesten touwtjespringen en 50 kcal moesten verbranden op de roeimachine (na die assault bike was dat bijna rust). Daarna deden we een minuut of 20 lang setjes van 20 chin-ups, 20 box jumps, 25 shoulder presses, 25 kettlebell deadlifts, 30 knee-to-chests en 20 wallballs. En daarna snel door naar een vergadering, waar ik alle stroopwafels heb opgegeten.

Trainingsdagboek week 1 – Een mini-triatlon

Het nieuwe jaar is begonnen – en er staan zó veel leuke doelen op de planning! Een van de dingen die ik in 2019 wil bereiken, is om (weer) topfit te worden. Wanneer ik goed in vorm ben, zit ik ook lekker in mijn vel – het tegendeel heb ik in december wel weer gemerkt. Én ik wil weer lekker wedstrijdjes kunnen rennen dit jaar, als het kan met een beetje mooie tijden. Heel stiekem droom ik ook nog van een najaarsmarathon, maar dat moet nog wat meer vorm krijgen.

In ieder geval: genoeg reden om aan de bak te gaan!

Triatlonzwemmen vs. wedstrijdzwemmen: zijn er verschillen?

Natuurlijk zijn er verschillen tussen triatlonzwemmen en wedstrijdzwemmen. Wedstrijdzwemmen gebeurt in een zwembad, triatlon in open water. Wedstrijdzwemmen gaat vaak om korte afstanden (vanaf 50 meter), triatlonzwemmen begint bij 500 of 750 meter. En als het doel waarvoor je traint anders is, ga je ook anders trainen, toch? Ik ging naar het zwembad om het uit te vinden.

Back on track: de langzame lange duurloop

Het is inmiddels een maand geleden dat ik iets te nader kennis heb gemaakt met een ongelukkig geplaatst stoeprandje. Dat incidentje was voorlopig het einde van mijn vier hardlooptrainingen per week. Geen snelle vijf aan het begin van de week. Geen intervaltraining op woensdag. Geen uurtje lopen een of twee dagen later. Geen langzame lange duurloop in het weekend.

Ik heb het gemist.

Een misstap is zo gemaakt

Het ene moment ben je lekker aan het lopen en lijkt het alsof je je nooit beter gevoeld hebt. Het volgende moment zit je op de grond en voelt je rechterenkel aan alsof je er nooit meer op kunt lopen. En dat allemaal door een stoeprandje dat in het donker niet goed te zien was.

Shit. Schreef ik dinsdag nog over al mijn goede voornemens en ambities – de dag daarna drukt de realiteit mij al met de neus op de feiten. Enkel verstuikt.

Naar het clubhuis van de atletiekvereniging terughobbelen ging nog wel. Op advies van een groepsgenoot heb ik zelfs een stukje gedribbeld. Pootje omhoog, ijs erop, en wachten op de rest van de groep.

De ellende begon toen ik thuis was.

Een tropenloop – we gaan ervoor!

Je hebt het niet echt kunnen missen: het is warm in Nederland. Op kantoren is het niet te harden, bij elke beweging begin je te zweten en mensen zuchten en puffen tegen elkaar over de temperatuur alsof de ander er nog niet achter was hoe warm het is.

Na werktijd lonkt het zeewater. Het lijkt gekkenwerk om nu méér inspanning te verrichten dan dat strikt noodzakelijk is. Maar toch: hardlopen bij meer dan 30 graden kan. Ik heb het zojuist uitgeprobeerd en het is niet heel prettig, maar het kan. Als je maar de nodige voorzorgsmaatregelen in acht neemt.

Spierpijn… of meer?

Bron: Silviarita (Pixabay)

Sinds ik begonnen ben met hardlopen, ruim vijf jaar geleden, loop ik blessurevrij. Ik zou graag zeggen dat dat komt doordat ik mijn trainingen zo verantwoord opbouw, maar dat is niet het geval. Oké, ik zal niet zo snel vanuit het niets tien kilometer toevoegen aan mijn trainingsrondje, maar ik ben niet zo goed in het doen van warming-ups en cooling downs, ook al weet ik hoe belangrijk die zijn voor mijn spieren. Toch heb ik nooit meer problemen gehad dan flinke spierpijn.

 

Tot nu.

De halve marathon: nu mét trainingsschema

Bron: Pixabay

Een halve marathon is eigenlijk te lang om zonder gedegen voorbereiding te lopen. Het kán wel, maar dan kom je jezelf geheid tegen. Mijn eerste halve marathon had ik eigenlijk niet goed genoeg voorbereid. Het voornemen was er wel, maar om allerlei redenen – de een wat meer valide dan de ander – kwam het er niet van.

Dat ga ik nu anders aanpakken.