Raceverslag: Rokkeveense Dekkerloop 2019 (10 km)

De Rokkeveense Dekkerloop in Zoetermeer: hoe kom je dáár nou weer terecht? Nou ja, dat is dus de kracht van reclame. Bij de finish van de Laan van Meerdervoortloop in november werden er flyers uitgedeeld voor deze wedstrijd en ik was direct geïnteresseerd, ondanks de weinig sexy klinkende naam. Ten eerste: Zoetermeer is min of meer om de hoek. Ten tweede: er begon zich in mijn hoofd al een voornemen te vormen om in 2019 iedere maand mee te doen aan een evenement. En ten derde: mijn trainingsschema voor de 10 km zou dan net afgelopen zijn en dat wilde ik, net als met de 5 km, bekronen met een wedstrijd.

Ik verwachtte er niet veel van. Of eigenlijk: ik verwachtte alleen maar problemen. (Maar dat doe ik eigenlijk altijd.) Het begon al met het weer. Tot nu toe is de winter zacht geweest, maar sinds een paar dagen vriest het. Hardlopen wanneer het vriest gaat nog wel – beter dan in de zomerhitte. Bij de start wachten, daarentegen…
En toen vergat ik ook nog mijn veiligheidsspeldjes mee te nemen. Eén keer eerder gedaan: toen heb ik gehaast stad en land moeten afsjouwen op zoek naar een supermarkt die op zondag open was. Niet leuk. In de tram ontdekte ik wat sporttape in mijn rugtas en bedacht dat ik mijn startnummer ook wel aan mijn shirt kon tapen, mocht het nodig zijn.

Het leuke van geen verwachtingen hebben, is dat ze dan altijd worden overtroffen. Oké, het was even een gedoe om er te komen, met een bus eens in het halfuur en daarna nog 20 minuten lopen. Maar toen we – ik was bij de bushalte een medeloper tegengekomen – aankwamen, troffen we een sporthal aan waar we lekker warm konden blijven zitten tot de start. Het uitdelen van de startnummers ging overzichtelijk en er stonden bakjes veiligheidsspelden op de tafels, dus ik had me voor niets druk zitten maken. Er waren schone wc’s, kleedkamers, kluisjes en douches. (Ook een sauna, maar ik heb niet gecheckt of die werkte.) En een bar, waar ze lekker warme chocolademelk en erwtensoep verkochten. Een klein evenement kan ook zo zijn voordelen hebben, als de organisatie een sporthal gebruikt als uitvalsbasis!

En dan het lopen zelf. De 5 en 10 km vertrokken tegelijkertijd, in aparte startvakken die nog voor de start bij elkaar kwamen. (Dus waar waren die aparte vakken dan nog voor nodig?) Een stukje door een park, langs een plas, en daarna langs de grote weg. Het voelde bijna net zo druk als tijdens grote evenementen waaraan ik heb meegedaan. Het verschil: hier liepen we op een fietspad en tijdens grote evenementen op de weg. Maar ik was blij toen we na een kleine 3 km afscheid namen van de 5-km-lopers. Zij gingen alweer terug.

Daarna kwam het minst interessante stuk: over het fietspad langs de Katwijkerlaan. Ik herkende het: ik ben er afgelopen zomer ook geweest tijdens wielertrainingen, maar waar zo’n asfaltfietspad voor wielrenners prima is, is het voor lopers wat weinig inspirerend. Ik was blij toen we rechtsaf sloegen, richting het Balijbos.

Ik had een plan tijdens deze wedstrijd. Ja, echt. En ik hield me er nog aan ook. Ik zou alle gedachten aan een goede tijd loslaten en niet op mijn horloge kijken. In plaats daarvan zou ik op gevoel lopen en op die manier proberen om mijn energie te verdelen over de hele wedstrijd. Het liefst zou ik de tweede helft sneller lopen dan de eerste, maar een geheel vlakke wedstrijd mocht ook.
De hoeveelheid mensen in het begin hielp me om niet te snel te lopen, en irritatie over langzame mensen voor mijn voeten liet ik bewust gaan, want dat was helemaal niet erg. Ik vroeg mezelf regelmatig of ik dit tempo 10 km lang zou volhouden en ik dacht van wel. En dat dat ook het geval was, dat begon ik na de vijfde kilometer te merken. Ik zag inmiddels mensen die regelmatig moesten lopen en ik haalde nog steeds mensen in. Hoewel de kilometerbordjes steeds verder uit elkaar leken te staan, was ik nog niet echt moe en kon ik het tempo vasthouden. Een versnelling zat er alleen niet in.

De halve-marathonlopers voegden zich bij ons, en even later de enkele laatste 5-km-loper. Ik begon de omgeving weer te herkennen en probeerde in te schatten wanneer ik aan een eindsprint zou beginnen. Dat werd het moment waarop ik werd ingehaald door een man die al aan zijn sprint begonnen was. Ik haalde hem weer in, nog een hoop andere lopers ook, voelde mijn benen verzuren en mijn hartslag en ademhaling omhoog gaan, en voelde mij, ondanks mijn vermoeidheid, toch even een toploper.

54 minuten en 14 seconden was mijn eindtijd. Langzamer heb ik een officieel geklokte 10-km-wedstrijd nog nooit gelopen, en toch ben ik tevreden. Mijn doel was om te doseren, om een vlakke race te lopen, om energie over te houden voor een eindsprint, en dat is gelukt. Snelheid komt later wel weer. Hoop ik.

Rest mij nog één ding te benadrukken: mocht je voor volgend jaar januari op zoek zijn naar een leuk wedstrijdje in de buurt van Den Haag: houd deze dan vooral in je achterhoofd. De organisatie is top, zowel bij de startlocatie als onderweg, met alle vrijwilligers die de weg wijzen en verkeer tegenhouden. Als ik volgend jaar niets te doen heb, loop ik wellicht wel weer mee!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *