Bucketlist #11: een halve marathon op Spitsbergen

In de zomer gaat de zon er niet onder. Een wapen bij je dragen is geen overbodige luxe, want buiten de hoofdstad Longyearbyen kun je ijsberen tegen het lijf lopen. Zelfs tijdens de warmste maanden van het jaar wordt het er niet warmer dan een graad of 5. Er wonen ongeveer 2.500 mensen – want zeg nou eerlijk: wat heeft iemand op een afgelegen eilandengroep op pakweg 75 graden noorderbreedte te zoeken?

En ieder jaar wordt er een marathon georganiseerd.

Bucketlist: sportevenementen

Bron: Pixabay

Na de run-bike-run in Zandvoort is het even uit met de pret. (In ieder geval op sportgebied, gelukkig heb ik nog genoeg andere leuke plannen voor deze zomer.) Al sinds februari heb ik last van mijn knie en daar blijkt nu een cyste te zitten. Het oordeel van de orthopeed: rust houden. “Ja, maar ik liep al bijna niet meer hard.” “Voorlopig helemaal niet meer hardlopen dus.”

Raceverslag: Grand Prix Triathlon (sprintafstand)

Bron: Pixabay

In eerste instantie dacht ik dat de informatie niet voor mij bedoeld was. De vrouw bij de registratiebalie had mij net zonder iets te zeggen de envelop met mijn startnummer overhandigd en zei nu tegen de man naast mij: “It’s a run-bike-run, the transition zone is over there, the start is on the beach.”

O, dacht ik, dan zal hij zich wel voor een ander soort race hebben ingeschreven – hoewel ik me niet kon herinneren dat dat mogelijk was. Maar toen vroeg de vrouw of ik het ook gehoord had. Het zwemonderdeel van het triatlon kwam te vervallen: het waaide te hard en de stroming in de zee was te gevaarlijk.

 

Kak.

De 10 lessen die de marathon mij leerde

Ik heb nooit gedacht: dat doe ik even. Maar echt weten waarvoor ik me inschreef, eind september, dat deed ik ook niet. 42,2 kilometer was onontgonnen gebied en tussenstappen tussen een halve en een hele marathon waren er niet. Het inschrijven voor een eerste marathon is daarmee altijd een gok.

Inmiddels is het een maand geleden dat ik de magische afstand van 42,195 heb afgelegd. Hoewel ik de afgelopen weken niet heb stilgezeten, met onder meer een scoutingweekend dat georganiseerd moest worden, heeft het gebrek aan trainingen wel tijd gegeven om de wedstrijd te overdenken. Wat heb ik geleerd?

Race – een mooie wedstrijd of een rassenstrijd?

Voor het publiek is de wedstrijd nooit spannend geweest. Al vanaf het startschot lag de man met de donkere huid voor op de rest, een voorsprong die hij in de 10 seconden erna alleen maar zou vergroten. En toen was het al afgelopen, de 100 meter sprint van Jesse Owens op de Olympische Spelen in 1936. Voor de ogen van de man die alle mensen zonder blond haar en blauwe ogen minderwaardig achtte, won hij de gouden medaille op dit onderdeel. Er zouden er tijdens deze Spelen nog drie volgen.

Raceverslag: Marathon Rotterdam

De man met de hamer. Ik was ervoor gewaarschuwd: tijdens de marathon ga je die tegenkomen. Zo rond de 30 kilometer, als je verder loopt dan je ooit getraind hebt, dan zal hij ten tonele verschijnen. Dan wordt de marathon een mentale strijd.

Ik kwam de man met de hamer al bij het 20-kilometerbordje tegen. Nog vóór het halve-marathonpunt, met nog meer dan de helft te gaan. En ik wilde niet meer. Elke vezel in mijn lijf riep: stoppen, dit houd je niet nog een keer deze afstand vol. Ik kon wel janken.

Hakuna matata

Om half negen schrik je wakker. Het is niet helemaal duidelijk waar je bent, maar één ding is zeker: om negen uur word je in de tentamenzaal verwacht. Of op een belangrijke afspraak, dat kan ook. Je weet ook dat je op minimaal een uur reizen van je bestemming zit. Je gaat het dus never-nooit meer halen.

Of: je zit in de les. De examens staan voor de deur. Je weet dat je het hele jaar nog geen huiswerk hebt gemaakt. Je werkstukken heb je niet ingeleverd, je presentaties heb je niet voorbereid. Ieder moment kun je door de mand vallen, maar je weet niet meer waar je precies kunt vinden wat je ook alweer moest doen.

Maart roert zijn staart

Een vreemd gezegde is het eigenlijk – maart roert zijn staart. Als kind had ik er het beeld bij van een ondefinieerbaar harig wezen, dat met zijn staart ergens in zat te roeren. Ik wist wel dat het betekende dat het in maart nog flink winters weer kon zijn, maar op dat moment zag ik dat soort dingen concreet voor me. Dat “staart” en “roeren” ook andere dingen konden betekenen, was me onbekend.

Hoe cliché het ook is: maart roerde zijn staart de afgelopen dagen. Het resultaat: vanochtend werd ik wakker met een nogal winters uitzicht.

Back on track: de langzame lange duurloop

Het is inmiddels een maand geleden dat ik iets te nader kennis heb gemaakt met een ongelukkig geplaatst stoeprandje. Dat incidentje was voorlopig het einde van mijn vier hardlooptrainingen per week. Geen snelle vijf aan het begin van de week. Geen intervaltraining op woensdag. Geen uurtje lopen een of twee dagen later. Geen langzame lange duurloop in het weekend.

Ik heb het gemist.

Een misstap is zo gemaakt

Het ene moment ben je lekker aan het lopen en lijkt het alsof je je nooit beter gevoeld hebt. Het volgende moment zit je op de grond en voelt je rechterenkel aan alsof je er nooit meer op kunt lopen. En dat allemaal door een stoeprandje dat in het donker niet goed te zien was.

Shit. Schreef ik dinsdag nog over al mijn goede voornemens en ambities – de dag daarna drukt de realiteit mij al met de neus op de feiten. Enkel verstuikt.

Naar het clubhuis van de atletiekvereniging terughobbelen ging nog wel. Op advies van een groepsgenoot heb ik zelfs een stukje gedribbeld. Pootje omhoog, ijs erop, en wachten op de rest van de groep.

De ellende begon toen ik thuis was.